Verslavingsonderzoekcentrum IVO heeft een onderzoek gedaan naar internetgebruik onder jongeren. Het doel van dit onderzoek was om in kaart te brengen hoe, wanneer en hoelang jongeren op internet zitten en om te kijken of er jongeren zijn die verslaafd zijn aan internetten. Aan de deelnemers werd gevraagd hoe lang zij op internet zitten, wat ze dan doen, en hoe het hun dagelijkse leven beïnvloed.
Verslavingsonderzoekcentrum IVO heeft onderzocht wanneer en hoevaak jongeren gebruik maken van het internet, en wat ze dan precies doen. Gemiddeld besteden jongeren ongeveer 11 uur per week aan internetten. Een aantal jongeren vindt dat echter niet genoeg en zit letterlijk dag en nacht op het net. Uit het onderzoek kwam dan ook dat er bij 4% van de jongeren sprake bleek te zijn van problematisch internetgebruik. Gert-Jan Meerkerk van IVO en Roel Kerssemakers van de Jellinek Kliniek leggen ons uit wat daarmee bedoeld wordt.
Droom jij 's nachts over msn-en, chatten en gamen? Zit je meer dan 20 uur per week op internet? En is internetten zo belangrijk voor je geworden dat je er andere dingen voor laat? Dan ben jij misschien wel verslaafd aan het internet!
Uit een onderzoek van verslavingsonderzoekscentrum IVO bleek dat 4% van de jongeren kenmerken vertoond van compulsief internetgebruik. Deze jongeren hebben in tegenstelling tot de gemiddelde internettende tiener dus echt een probleem. Maar wanneer wordt dat internetten nou een probleem? En hoe herken je het?
2. Stage-instelling waarmee wordt samengewerkt Mijn oorspronkelijke idee was om het item te maken voor NOS Headlines, waar ik stage heb gelopen. Maar zij waren zelf al met een soortgelijk onderwerp bezig, vandaar dat ik het nu zelfstandig maak. Ik ga de items wel insturen, want als de invalshoek heel anders is, dan kan het misschien toch op de website geplaatst worden.
3. Medium Televisie/Internet
Ik wil het ‘langer nieuwsitem’ en ‘diepgravend item/feature’ maken via hetzelfde concept dat NOS Headlines gebruikt. Dus een video voor op een internetpagina, met bijbehorende tekst. Het korte nieuwsitem is eigenlijk niet iets dat je op internet tegenkomt, dus dat wordt gewoon een televisie-item.
4. Doelgroep Mijn doelgroep is jongeren. Ik ga hierbij uit van dezelfde specifieke doelgroep die NOS Headlines heeft:
NOS Headlines richt zich op díe jongeren die wel interesse hebben in nieuws, maar dat niet via de traditionele wegen tot zich nemen. De doelgroep bestaat uit jongeren van 15 tot en met 25 jaar. Dit is de doelgroep die voorheen niet te bereiken was omdat ze qua leeftijd boven de doelgroep van het Jeugdjournaal zitten en onder de doelgroep van het NOS-journaal. NOS headlines richt zich op jongeren van alle opleidingniveaus, culturele achtergronden en is bedoeld voor jongeren uit heel Nederland.
5. Onderwerp van de drie genres en beoogde lengte Korte nieuwsitem: Internet gebruik is gestegen met 24% t.o.v vorig jaar (30 sec) Langer nieuwsitem: Stijging internetgebruik: oorzaken en gevolgen (150 sec) Diepgravend item/feature: Internetverslaving (5 minuten)
6. Relatie met de actualiteit Persbericht in de krant van 27 februari over dat internetgebruik is gestegen met 24% en een bericht van 15 februari over het onderzoek ‘Compulsief internetgebruik bij jongeren’.
7. Invalshoek Korte nieuwsitem: Vermeld het feit dat internetgebruik is gestegen, en een korte reactie van een deskundige waarom dit zo is. Langer nieuwsitem: Over het feit dat internetgebruik is gestegen; wat precies op internet wordt gedaan, hoe de stijging is gekomen en wat hier de gevolgen van zijn (onder andere compulsief internetgebruik). De nadruk ligt op de gevolgen voor jongeren.
Feature: Internetverslaving: Wanneer is er sprake van een internetverslaving, hoe kom je eraan en hoe kun je een verslaving voorkomen? Ik wil dit onderwerp bespreken vanuit twee ‘gewone’ jongeren; met een schets van hun internetgebruik, wat zij denken over internetverslaving en of ze bang zijn verslaafd te raken. Een deskundige verteld dan wat een internetverslaving precies inhoud, wat de oorzaken zijn, hoe je weet of je verslaafd bent en wat de twee jongeren (en jongeren in het algemeen) kunnen doen om niet verslaafd te raken.
8. Bronnen www.stir.nl www.ivo.nl
- Twee gewone doorsnee jongeren - Een internetdeskundige - Een verslavingsdeskundige van Jellinek
Aanpassing werkplan: In mijn werkplan had ik oorspronkelijk als onderwerp van de eerste twee items, dat mensen steeds meer tijd aan internet besteden. Bij nader inzien, kwam ik tot de conclusie dat het belangrijker nieuws is dat 4% een internetprobleem heeft. En omdat ook mijn achtergrond item over internetverslaving gaat, heb ik ervoor gekozen om dit ook als onderwerp voor de eerste twee items te kiezen.
1. Doel van het item Het doel van het item is om te vermelden wat de belangrijkste uitkomsten zijn van het onderzoek van het verslavingscentrum IVO. Dit zijn dus eigenlijk gewoon de nieuwsfeiten: er is een onderzoek geweest, daaruit blijkt iets, en dat heb ik vermeld. Het gaat echt alleen om de informatie, en deze kennis wil ik overbrengen op de kijker.
2. Vormgeving, lengte en opbouw van het item Het item is bijna 30 seconde lang. Dit is ook de richtlijn voor een kortje. Zelf vind ik dit erg kort, en ik heb niet echt het idee dat het iets toevoegt, omdat je maar heel weinig informatie kwijt kunt in 30 seconden. Bij internet kun je dan wel nog gebruiken maken van bijbehorende tekst, maar dan nog is 30 seconden weinig. Ik heb aan het begin van het item kort vermeld wat de uitkomst was van het onderzoek, en het belangrijkste nieuws: namelijk dat 4% een probleem heeft. Gert-Jan Meerkerk geeft hier vervolgens een reactie op. Ik dacht er eerst nog aan om daarachter zelf met een voice-over nog iets te zeggen, maar daar was helaas geen tijd meer voor.
3. Doelgroep, invalshoek en medium De invalshoek is te vermelden wat de belangrijkste uitkomsten zijn van het onderzoek, en wat dit dan inhoudt. De doelgroep zijn jongeren. Deze heb ik proberen te bereiken door het vooral simpel te houden, maar ook weer niet te. Als het te ingewikkeld wordt vinden ze het niet niet meer leuk, maar het moet ook niet té simpel worden want dan vinden ze het ook niet boeiend. Daarom heb ik gewoon kort, de belangrijkste feiten vermeld, en kort Gert-Jan Meerkerk iets laten zeggen. Ik heb hem geïnstrueerd om zijn antwoorden niet te ingewikkeld te maken. Toch was het heel moeilijk om een pakkende quote te vinden die minder dan 30 seconden lang is. Ik heb uiteindelijk iets gepakt waarvan ik denk dat het jongeren wel aanspreekt, omdat Meerkerk het leuk verteld. Maar wat inhoud betreft, denk ik dat het misschien niet de beste quote was. De quotes waarvan ik dacht, die voegen qua informatie echt iets toe, waren echt veel te lang. Ik denk dat ik er bij het interview toch meer rekening mee had moeten houden, dat ik een korte quote nodig had. Dit is via het medium televisie, dus naast alleen de feiten vermelden van het onderzoek, heb ik ook ondersteunende beelden gebruikt. In dit geval beelden die te maken hebben met internet, zoals webpagina’s. Ik heb webpagina’s gebruikt die jongeren vaak gebruiken, om het zo dicht mogelijk bij hun doelgroep te laten komen.
4. Actualiteitswaarde In de krant las ik een bericht over het feit dat 4% van de Nederlandse leerlingen problematisch gebruik maakt van het internet. Dit is een onderzoek wat pas geleden is uitgevoerd door onderzoeksverslavingscentrum IVO, en waarvan toen een persbericht is uitgebracht. In mijn item wordt verteld wat de belangrijkste uitslag is van dit onderzoek, en een reactie hierop van een expert. Dit is dus gewoon het nieuws zelf, van wat er uit het onderzoek is gekomen.
5. Brongebruik Ik heb een quote gebruikt van Gert-Jan Meerkerk. Hij is werkzaam bij het verslavingsonderzoekcentrum IVO, en heeft meegewerkt aan het desbetreffende onderzoek.
Zelf heb ik (als voorbereiding voor alle drie de items) het onderzoek gebruikt en andere informatie opgezocht op de websites van de Jellinek Kliniek en van Verslavingsonderzoekscentrum IVO. www.ivo.nl www.jellinek.nl
1. Doel van het item Het doel van dit item is om iets wat dieper in te gaan op de uitkomst van het verslavingsonderzoekscentrum IVO en dan vooral op wat een internetverslaving, en problematisch internetgebruik nou precies inhoudt. Deze informatie wil ik overbrengen op de kijker, zodat zij weten dat dit een verschijnsel is dat zich in de maatschappij afspeelt.
2. Vormgeving, lengte en opbouw van het item Het item begint met wat beelden van internetten. Dan leg ik kort in de voice-over uit wat de uitkomst was van het onderzoek. Daarna leggen de twee ‘experts’ Gert-Jan Meerkerk van verslavingsonderzoekscentrum IVO en Roel Kerssemakers van de Jellinek kliniek, uit hoe het zit. Ik heb één expert rechts gefilmd, en één expert links. Maar omdat ik ze alletwee vanuit heel andere posities heb gefilmd, en de kleur van beide beelden heel anders is, heeft dit niet echt mooi uitgepakt. Het beeld van Roel Kerssemakers is vanwege een verkeerd ingestelde focus sowieso al best storend. Mijn oorspronkelijke idee was om het item volgens de richtlijn precies anderhalve minuut te laten duren. Maar omdat het toch een best ingewikkeld onderwerp is, en je wel iets meer tijd hebt om het uit te leggen, is het item iets langer geworden. Ik heb nu nog het idee dat het misschien nog niet helemaal duidelijk is, en dat ik veel dingen heb moeten weglaten die wel relevant waren. Maar anders was het item te lang, en dus saai geworden.
3. Doelgroep, invalshoek en medium Invalshoek: Ik wilde duidelijk maken wat een internetverslaving en problematisch internetgebruik precies is, en of dit ook daadwerkelijk een probleem is. Ik heb de twee experts gebruikt om dit duidelijk te maken. De doelgroep is jongeren. Ik heb met name hun aandacht proberen te vangen door het begin vlot te maken. Met een muziekje, en een snelle montage. Daarnaast zijn de beelden van de websites die ik gebruik, websites die jongeren vaak gebruiken, en dus de doelgroep aanspreken. Het medium is internet (filmpje voor op internet). Dit betekent dat ik naast het filmpje een kort stukje tekst heb gezet met informatie over het filmpje. Daarmee bepalen jongeren of ze het filmpje wel of niet willen bekijken, dus deze tekst heb ik ook zo proberen te schrijven dat het jongeren aanspreekt.
4. Actualiteitswaarde Dit is een verdieping van het korte nieuwsitem. Daarin werden alleen kort de feiten vermeld, en dus wat de uitkomsten van het onderzoek. In dit item gaat het meer om de achtergrond daarvan. Het nieuws is nog steeds de uitslag van het onderzoek, maar het gaat nu vooral om wat problematisch internetgebruik dan precies inhoudt en wat hier de gevolgen van zijn.
5. Brongebruik Ik heb ten eerste Gert-Jan Meerkerk van het verslavingsonderzoekcentrum IVO geïnterviewd. Van het IVO kwam het oorspronkelijke nieuwsbericht af, dus hij was de beste persoon om dit te verklaren. Bij mijn achtergrond item wilde ik Roel Kerssemakers van de Jellinek kliniek gebruiken, omdat ik dacht dat hij meer zou weten van de achtergrond van verslavingen. Helaas belde Roel Kerssemakers op het laatste moment af, en ik moest vanwege de tijd wel al beginnen aan mijn achtergronditem, dus heb ik toen maar besloten om Gert-Jan Meerkerk voor dat item te gebruiken. Maar omdat hij toch de ‘bron’ is van het oorspronkelijke nieuwsbericht, en het onderzoek waarover het gaat van het IVO afkomstig is heb ik hem toch ook in dit item gestopt. Roel Kerssemakers van de Jellinek Kliniek kon ik op een later tijdstip interviewen. Ik heb hem gekozen omdat hij onderzoek doet naar verslavingen, waaronder internetverslaving. En meer dan bij het IVO zien zij echt van dichtbij wat een verslaving is en wat het doet, omdat bij de Jellinek ook mensen worden behandeld.
1. Doel van het item Mijn belangrijkste doel is om duidelijk te maken waar het verschil zit tussen problematisch internetgebruik en geen problematisch internetgebruik. Ik wilde duidelijk maken wanneer internetten nou gevaarlijk of problematisch wordt, en wanneer het geen kwaad kan. Omdat dit mij een vraag leek, die veel mensen zich afvragen als ze de vorige twee items zien, of het nieuwsbericht hebben gelezen.
2. Vormgeving, lengte en opbouw van het item
Ik heb twee jongeren geïnterviewd, en één expert voor dit item. Het item begint met een korte introductie van de jongeren zodat je een idee krijgt van wie ze zijn en wat hun internetgebruik is. Daarna de expert die daar op reflecteert. Ik heb steeds de jongeren gebruikt als tussenstukjes, van hoe zij ergens over denken. De expert komt dan met een deskundige visie. Qua beeld heb ik er goed rekening mee proberen te houden, een van de jongeren aan de rechterkant te filmen en de andere aan de linkerzijde. Dat was op zich een goed idee, maar de jongeren staan alle twee compleet anders op het beeld. De eerste jongen heb ik met daglicht achter zijn bureau gefilmd. De tweede jongeren kon ik alleen ’s avonds interviewen, in een slecht belichte ruimte. Bovendien heb ik een ander camerastandpunt gebruikt, wat niet echt mooi heeft uitgepakt. Hierdoor zijn sowieso de beelden van de tweede jongen lelijk, en bovendien snijden ze niet mooi met de beelden van de andere jongen. Als aflsuiter heb ik de twee jongeren een test laten doen van de Jellinek Kliniek. Ik heb me een tijdje afgevraagd of dit wel op het einde paste, maar vond dat uiteindelijk toch een goed idee. De test biedt namelijk de mogelijkeheid om de expert nog eens even alles kort samen te vatten en met een soort aflsuitend antwoord en advies te komen. Qua inhoud denk ik dat het item ook zonder de test had gekund, maar voor de afwisseling en om het interessant te houden voor jongeren vond ik het er goed bij passen.
3. Doelgroep, invalshoek en medium Jongeren porberen aan te spreken, door er twee jongeren in te stoppen waar jongeren zich dan eventueel mee kunnen identificeren. Experts zien jongeren wel als deskundig, maar het spreekt ze meer aan als ze mensen van hun eigen leeftijd zien die de dingen bekijken zoals zij dat doen. Het liefst had ik één jongen, en één meisje gekozen, maar ik kon uiteindelijk alleen twee jongens vinden. Ook met de manier van montage heb ik geprobeerd het leuk te maken voor jongeren. Zeker het begin is lekker vlot, en ook na de intro heb ik geprobeerd beelden, daar waar het kan, zo vaak mogelijk af te wisselen, zonder dat het storend wordt. Ik denk dat dat wel is gelukt. Ik heb in het voorgesprek met Gert-Jan Meerkerk al gekeken hoe hij praat, hij was daarin erg vlot en duidelijk. Bovendien heb ik hem van te voren geïnstrueerd korte en simpele antwoorden te geven. Dit lukte niet altijd, soms week hij heel lang uit. Maar over het algemeen denk ik dat het voor jongeren goed genoeg te begrijpen is, en ook weer niet te simpel is gemaakt. Het medium is internet (filmpje op internet) waardoor ik een tekst langs het filmpje heb gezet. Ik vind dit zelf altijd wel een groot voordeel, omdat voice-overs jongeren niet zo aanspreken, en items veel te lang worden als je er eerst allerlei achtergrond informatie moet instoppen. In dit geval kan het item dus beginnen met haar eigen onderwerp, zonder een aanleiding hoeven aan te duiden.
4. Actualiteitswaarde Actualiteitswaarde ligt hem in het feit dat het nieuws is dat 4% van de jongeren kenmerken van problematisch internetgebruik vertoond. Dit wordt vermeld in de bijbehorende tekst. Het item is hier een verdieping van. Het gaat nu niet meer om het feit dat 4% problematisch internet, maar meer om de achtergrond. In dit geval heb ik proberen duidelijk te maken hoe het staat met ‘gewone jongeren’ die vaak internetten, en wat daar het verschil tussen is met mensen die echt verslaafd zijn.
5. Brongebruik Gert-Jan Meerkerk verslavingsonderzoekcentrum IVO. Oorspronkelijk was dus de bedoeling om hiervoor Roel Kerssemakers te gebruiken, maar dit is niet gelukt omdat hij op het laatste moment afbelde. Roel Kerssemakers heeft zelf met verslaafden te maken, vandaar dat ik hem hiervoor gekozen had. Gert-Jan Meerkerk staat verder af van ‘echte’ verslaafden, maar doet voor het verslavingsonderzoekscentrum IVO wel al een aantal jaar onderzoek naar internetverslavingen en problematisch internetgebruik. Ik heb met hem toen dus het interview gehouden, dat ik eigenlijk met Kerssemakers wilde doen, en ik denk dat dit voor het uiteindelijke item qua inhoud weinig heeft uitgemaakt. Wel praat Meerkerk een stuk vlotter en spontaner dus voor de doelgroep is hij denk ik een meer geschikte persoon.